Mijn zoon is een baas


Het is 6.15 uur, mijn 12-jarige zoon staat op. Ik draai mij nog één keertje om. Dan ga ik er ook uit. Ik kijk naar buiten. Het regent pijpenstelen. Ik hoor gerommel. Hij kleedt zich aan, pakt een boterham en een glas water. Kijkt even naar het journaal.

Sinds 2 weken is zijn wereld (en die van mij) veranderd. Niks om half 8 uit bed rollen, beetje hangen, nickelodeon kijken en rond 8.20 uur 100 meter verder het schoolgebouw binnenwandelen. Nee, iedere dag 14 kilometer heen en weer terug fietsen. Naar de middelbare school. Door weer en wind.

En dat was het vanmorgen: nat en winderig. Heel erg nat en winderig. Gisteren zei ik hem: je hebt een regenpak nodig. Samen kochten we er een. En vanmorgen zei hij: ja daag! Dat trek ik dus echt niet aan! Ik snapte hem. Want zo dacht ik vroeger ook. Ik vertikte het. Liever met natte broek op school, dan met zo’n suf pak op de fiets!

Ik zei het hem zoals het was: ik snap je. Cool is anders. Maar geloof mij, als je straks droog over bent, ben je mij dankbaar. Om 8.15 uur stuurde hij een appje: mam, ik ben er. Niet geheel droog (de regenbroek was echt nog een stap te ver).

En toen hij vanmorgen met die iets te grote regenjas op de fiets stapte, dacht ik bij mezelf: die gast komt er wel. Mijn zoon is een baas. Een coole baas in regenjas!